|
1. De opvang van nieuwe leerlingen
Alvorens een leerling bij de school wordt aangemeld is er al een voortraject doorlopen. Vaak heeft de leerling dan al met de school en/of enkele medewerkers van de school kennis gemaakt.
Als er voor de leerling een positieve beschikking Speciaal Basisonderwijs is afgegeven door de PCL melden de ouders de leerling aan. Nadat ouders contact hebben gezocht met school wordt op korte termijn een afspraak gemaakt voor een intakegesprek. In dit gesprek wordt informatie over de school gegeven, worden eventueel formulieren ingevuld, de school wordt bekeken en er wordt kennis gemaakt met de toekomstige leerkracht. Afhankelijk van de mogelijkheden worden afspraken gemaakt wanneer plaatsing mogelijk en het meest geschikt is. Een dagdeel proefdraaien in de groep wordt gedaan in onderling overleg.
Als een leerling is aangemeld zorgt de Intern begeleider in samenspraak met de zorgcoördinator voor nadere analyse van het onderwijskundige rapport (OWR) en doet eventueel aanvullend onderzoek.
De centrale problematiek wordt geformuleerd, de prognose (het ontwikkelingsperspectief) opgesteld en er worden handelingssuggesties opgesteld. Dit wordt met de leerkracht besproken. De plaatsingsrapportage met daarin prognose (ontwikkelingsperspectief) en handelingssuggesties wordt met de ouders besproken door de leerkracht en de intern begeleider.
De intern begeleider, in samenspraak met de zorgcoördinator, heeft een belangrijke taak bij het volgen van de speciale zorg voor de kinderen met specifieke behoeften. Het onderwijsprogramma wordt zoveel mogelijk op de speciale zorg afgestemd. Vaak gaat dit samen met specifiek onderzoek. Regelmatig zullen onderzoeken plaats vinden binnen de eigen school. Soms kunnen ook deskundigen van buitenaf geraadpleegd worden. Hieruit voortvloeiende handelingsprogramma’s worden altijd met de ouders besproken.
De intern begeleider, in samenspraak met de zorgcoördinator bewaakt de zorglijn, van toelating tot het verlaten van de school en bekijkt of het kind de hulp krijgt waar het om vraagt.
2. De begeleiding
Voor de begeleiding van de kinderen maken we gebruik van de 1- Zorgroute waarin staat dat passend onderwijs geboden wordt, waarin alle leerlingen zich optimaal kunnen ontwikkelen op basis van hun mogelijkheden en talenten.
In 1-zorgroute gaan we uit van de volgende uitgangspunten:
In 1-zorgroute staat afstemming van het onderwijs op de onderwijsbehoeften van de leerlingen centraal. Leerlingen verschillen in onderwijsbehoeften. Deze verschillen worden gerespecteerd. De leerkracht werkt en denkt vanuit onderwijsbehoeften in plaats van het benoemen van tekorten of defecten die een kind heeft.
In 1-zorgroute streven we naar een verschuiving in de richting van preventief en pro-actief denken en handelen. Dus leerlingen vroegtijdig signaleren die extra aandacht nodige hebben en het aanbod af te stemmen naar deze leerlingen.
Vaak zijn we in de zorg naar leerlingen alleen gericht op tekorten en belemmerende factoren bij een leerling, bij een leerkracht of bij de ouders. Deze negatieve insteek heeft dikwijls een averechts effect. In 1-zorgroute richten we ons voortdurend op de positieve kwaliteiten: Wat kan dit kind goed? Wat vindt het leuk? Wat zijn stimulerende factoren? Waarin is deze leerkracht sterk? Welke aanpak en onder welke omstandigheden?
Waarin zijn deze ouders sterk? We benutten deze positieve kwaliteiten in het onderwijs naar leerlingen.
We lokaliseren “problemen” niet alleen in het kind, maar kijken naar “dit kind in deze groep bij deze leerkracht in deze school en met deze ouders”. We brengen daarbij alle factoren in kaart en richten ons op de interacties (en de effecten daarvan) tussen het kind, medeleerlingen, leerkrachten en ouders. Dit biedt aanknopingspunten om tot een betere afstemming van het onderwijs op de onderwijsbehoeften van het kind te komen.
Bij het omgaan met de verschillende onderwijsbehoeften van de leerlingen in een groep kiezen we als insteek het werken met groepsplannen. In het groepsplan geeft de leerkracht doelgericht aan hoe zij de komende periode (10 weken) met de verschillende onderwijs-behoeften van de leerlingen in haar groep omgaat. Leerkrachten zijn beter in staat om vanuit een groepsplan het onderwijs aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften te realiseren.
In de zorg aan een leerling wordt vaak over de leerling in plaats van met de leerling gesproken. In 1-zorgroute wordt de leerling actief betrokken bij de stappen die in de zorg gezet worden. De leerkracht gaat met de leerling in gesprek, waardoor de leerling zich serieus genomen voelt en gemotiveerd is om actief “mee te doen”. Leerlingen kunnen de leerkracht rijke informatie verschaffen over wat goed gaat, wat minder goed gaat, wat ze willen leren en waar zij hulp en begeleiding van de leerkracht bij nodig hebben.
In de stappen die binnen 1-zorgroute gezet worden zijn de ouders een belangrijke partner van de leerkracht en de school. Zij kennen hun kind als geen ander en kunnen de leerkracht en school waardevolle informatie verschaffen. Hiertoe is een goede communicatie, afstemming en samenwerking met de ouders belangrijk.
3. Het volgen van de ontwikkeling.
Binnen de 1-zorgroute staat “handelingsgericht werken” centraal. Handelingsgericht werken kent een cyclus die bestaat uit 4 fasen:
1. Waarnemen
2. Begrijpen
3. Plannen
4. Realiseren
Waarnemen
In de fase van het waarnemen verzamelt en ordent de leerkracht gegevens over alle leerlingen én over de resultaten van het aanbod. Het gaat om gegevens uit observaties, analyses van het werk, gesprekken met kinderen en ouders en de resultaten methodeonafhankelijke en methode gebonden toetsen. In de fase van het waarnemen zet de leerkracht de volgende twee stappen.
1. Verzamelen van gegevens over de leerlingen in een groepsoverzicht en op basis hiervan evalueren
van het vorig groepsplan.
2. Preventief en proactief signaleren van leerlingen die de komende periode extra aandacht nodig
hebben.
Begrijpen
In de fase van het begrijpen gaat de leerkracht op basis van de in het groepsoverzicht verzamelde gegevens na wat de onderwijsbehoeften van de leerlingen in haar groep zijn, met in het bijzonder aandacht voor de leerlingen die bij stap 2 gesignaleerd zijn. In deze fase zet de leerkracht de volgende stap:
1. Benoemen van de onderwijsbehoeften van de leerlingen.
Plannen
Op basis van de onderwijsbehoeften van de leerlingen kijkt de leerkracht hoe zij op een haalbare manier een aanbod kan organiseren dat afgestemd is op de verschillende onderwijsbehoeften van de leerlingen in haar groep.
Vervolgens stelt zij voor de komende periode een groepsplan op.
De leerkracht zet in de fase van het plannen de volgende stappen:
1. Clusteren van leerlingen met vergelijkbare onderwijsbehoeften;
2. Opstellen van een groepsplan.
Realiseren
De leerkracht richt haar klassenorganisatie in en treft de nodige voorbereidingen, zodat het groepsplan uitgevoerd wordt. Tijdens de uitvoering van het groepsplan verzamelt de leerkracht gegevens over de leerlingen en over de resultaten van haar aanbod. De fase realiseren loopt daarmee door in de fase waarnemen (-cyclisch proces). In de fase van het realiseren zet de leerkracht de volgende stap:
1. Uitvoeren van het groepsplan
De cyclus “Handelingsgericht werken” wordt ten minste drie maal per schooljaar uitgevoerd en heeft een vaste plek in de zorgstructuur van school.
|